Tamen per Veniam

Opdrachtgever: N.v.t. - In bezit van Museum Kröller-Müller
Jaar: 1985
Locatie: Museum Kröller-Müller

Uit collectiecatalogus Kröller-Müllermuseum: ‘Sculptuur’ ,

Bingelrade 1951. Tine van de Weyer was tot 1978 leerling van Cornelius Rogge, Frans Peeters en David van de Kop. Haar vroege beelden zijn evocatieve combinaties van materialen als klei, koper, lood en leisteen. Uit deze materialen maakt ze markante tekens die de ruimte waarin ze staan een bijna ritueel karakter geven. Steeds wordt hierbij de eigen natuur van het materiaal benadrukt: de plooibaarheid van metaal, de kneedbaarheid en rulheid van klei, de ruige huid van onbewerkt hout. In het midden van de jaren ’80 heeft het thema ‘vleugels’ – symbolisch voor het verlangen naar vlucht
en onthechting – haar werk bepaald, zoals in ‘Tamen per veniam’ (‘ondanks alles stijg ik op’, 1985), een loodzware dubbele vleugelstructuur, opgebouwd uit veertjes van lood, messing en koper.
Naast autonome beelden maakt Van de Weyer ook beelden voor de openbare ruimte.

Marianne Brouwer

Tamen per Veniam is aangekocht door Kröller-Müllermuseum en is verwant aan de sculptuur TANGO