De in Tilburg woonachtige boekhoudster Lena Milius (Zwolle, 1889 – Den Haag, 1969) werd eind 1914 door haar collega Maurits Manheim voorgesteld aan Theo van Doesburg. In 2017, het jaar dat Van Doesburg de nieuwe kunstbeweging De Stijl in Leiden oprichtte, werd zij zijn tweede echtgenote. Als gewezen boekhoudster faciliteerde zij het administratieve gebeuren rond De Stijlbeweging. Ook nadat Van Doesburg na een aantal jaren huwelijk haar verliet voor Nelly van Moorsel bleef Lena hem trouw en op de achtergrond ondersteunen. Zij en Nelly (die inmiddels Nelly van Doesburg heette) waren de enigen die de crematie van Van Doesburg in 1931 bijwoonden. Lena schreef hierover aan haar vriend Antony Kok: ‘Ik ben er naar toe gegaan om voorgoed afscheid van Does te nemen én omdat Nelly hem zoo heel gelukkig heeft gemaakt’.
Na de oorlog was Lena Milius een belangrijke bron voor historici als ooggetuige van de vroege jaren van De Stijl. ‘Het is merkwaardig hoe levend de belangstelling voor Does en De Stijl nog steeds is en hoe die zelfs de laatste tijd nog opleeft’, schreef Lena in 1967 aan Nelly. In de naar haar genoemde kamer vormen de bladzijden uit een leeg kasboek de print van de wandbekleding. Achter het bed is een print van een bureautje met een klassieke schrijfmachine te zien waarin een vel papier net een citaat uit een liefdesbrief van Lena aan Theo. In de enkele regels van dit kattebelletje van een amoureuze Lena worden haar liefde voor Theo van Doesburg en haar kantoorwerk voor De Stijl met elkaar verbonden. Uit de brief van Lena Milius aan Theo van Doesburg: „In gedachten geef ik je heele stortvloeden van heerlijke, zalige half-uur zoenen. Iets anders dan zoenen kan ik niet insluiten, want hier op kantoor is niets liefs om je te zenden”







