VAN LEDSCHERM NAAR MEDIAFACADE

Van ledscherm naar mediafacade, over digitale kunst in de openbare ruimte
In de 21e eeuw zijn in wereldsteden billboards door beeldschermen vervangen. De ledtechniek van de afgelopen jaren heeft de vlucht naar voren van nieuwe media in het publiek domein enorm vergroot. Inmiddels heeft ook de kunstwereld het beeldscherm in de openbare ruimte omarmd en heeft een groeiend aantal hedendaagse kunstenaars hun arsenaal uitgebreid met bewegend beeld en geluid. Meer en meer lijkt de dynamische kunst die op interactie en communicatie is gericht de statische sculptuur van het toneel in de openbare ruimte te verdrijven. Culturele instellingen als SKOR en het Brabants Kenniscentrum Kunst en Cultuur BKKC (voorheen NBKS) organiseerden beiden op 22 april jl. (N.B.op dezelfde dag :leve de communicatie!) een symposium over de betekenis en de mogelijkheden van mediakunst in de openbare ruimte.<br>
KORT<br>
De aanleiding voor het symposium ‘Van ledscherm naar mediafacade’ bij BKKC in Tilburg was het onlangs in Tilburg geplaatste kunstwerk Between you and me van Martin en Inge Riebeek. Zoals het er nu naar uitziet zal dit voorlopig een van de laatste kunstwerken zijn waar Tilburg opdracht toe zal geven. In het kader van de bezuinigingen zal de komende jaren het spraakmakende en toonaangevende Tilburgse KORTbeleid geinspireerd op een visie van Ole Bouman waarbij kunst een integrale rol speelt in het maatschappelijke proces niet langer worden uitgevoerd.Sinds 2002 leidde het KORTbeleid leidde enerzijds tot grote waardering alom in het land als dat het vrijwel even grote maatschappelijke en vooral politieke consternatie in de stad zelf teweeg wist te brengen. Kritiek en waardering streden om het hardst en dat was een prima zaak voor het culturele debat. Hoe treurig de politieke beslissing ook is om de financiering van een vernieuwend en toonaaangevend kunstbeleid niet langer voort te zetten: het is prijzenswaardig dat de provinciale organisatie BKKC ruimte te scheppen om te reflecteren over de kansen die de z.g. nieuwe media bieden voor toepassing van beeldende kunst.<br>
Prangende vragen<br>
Directeur BKKC Thea van den Bergh deed de aftrap van de bijeenkomst met een aantal intrigerende vragen die in zekere zin door de sprekers die volgden verder werden uitgediept en ter discussie werden gesteld. Centraal daarbij de vraag welke kwaliteit led- en multimediakunst toevoegen aan de publieke ruimte.Van den Bergh: ‘Gaat het bij de kunst die gebruik maakt van ledtechnologie op de eerste plaats om communicatie ? Bereik je met hedendaagse digitale technieken als videobeeld op megagrote screens in het publiek domein een breder publiek dan de tot nu toe meer gebruikelijke vormen van kunst? En verwijzend naar de kersttoespraak van Majesteit die bepaalde moderne communicatietechnieken als een vorm van contactuele persoonlijke verarming bestempelde en waar twitteraars en ‘heavy users’ op reageren door te stellen dat de computer juist mensen uit hun isolement haalt. Prikkelend ook de vraag: Is de consument steeds meer ook een producent aan het worden en is de meerwaarde van deze ontwikkeling met name het democratisch gehalte van het tot stand komen van kunst ? Gevolgd door de vraag of met de invoering van de led- en mediakunst de autonome kunst wordt opgeheven of dat het een kwestie is van het opschuiven van grenzen. De diverse sprekers die volgden gaven ieder op een andere manier voeding aan de opgeworpen vragen en leverden de nodige stof tot discussie.<br>
Pixels en plaatsen<br>
Als eerste presenteerde Catrien Schreuder haar onderzoek naar videokunst in de openbare ruimte vanuit een kunsthistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige invalshoek. Schreuder situeert de kiem van de ontwikkeling van de kunst die communicatie omarmt bij de happenings van Allan Kaprow aan het begin van de jaren 60. Vervolgens komt ‘founding father’Nam June Paik aan bod als grondlegger van een steeds meer explorende videokunst. Het eerste min of meer permanente kunstwerk werd gerealiseerd door Dara Birnbaum in een warenhuis in Atlanta in 1989. De intentie was dat de 25 geschakelde beeldschermen natuurbeelden zouden laten zien die zich zouden mengen met bezoekers en waarbij in het silhouet van de bezoekers beelden van het nieuws te zien zouden zijn. Van meet af aan waren er echter problemen want de opdrachtgever eiste dat het kunstwerk een gegarandeerd aanzuigende werking moest hebben op het publiek en tevens dat er gedurende een x tijd per week commerciele boodschappen op de beeldschermen getoond zouden worden. Eind van het liedje was dat er 24 uur per week (!!)een kunstwerk te zien was dat het tenslotte 8 jaar wist vol te houden. Vervolgens laat Schreuder een indrukwekkende serie van meer of minder bekende of geslaagde videokunstwerken zien die in de openbare ruimte zowel tijdelijk als permanent een plaats hebben ingenomen of dat nog doen. Marijke van Warmerdams ‘Douche’ in de luchthaven Schiphol uit 1998, (een kunstwerk dat ook ergens aan reclame (frisse Fa ?) refereert) Pippilotti Rist met ’Open my Glade’ uit 2000 op Times Square in Londen, ‘Fire with Fire’ van Isabelle Hayeur in Vancouver en vele anderen passeren de revue.
Interactieve schermen
Robin van den Akker neemt vervolgens het stokje van Schreuder over. Deze jonge Rotterdamse cultuurfilosoof werkt aan een proefschrift over het alledaagse gebruik van nieuwe media in de openbare ruimte. De toename van de beeldschermtechnologie zal naar zijn zeggen een verregaande invloed op onze gedragingen in en ervaringen van de openbare ruimte hebben. Nu kleine en grote urbane schermen alomtegenwoordig en alledaags lijken te worden – en daarbij steeds vaker lijken te worden ingebed in de architectuur – wijzen diverse technologische ontwikkelingen alweer vooruit naar geheel nieuwe mogelijkheden. Mobiele media beloven de gehele urbane ruimte in een interactief scherm te veranderen.<br>
‘Wachtverzachter’<br>
Zo is Rene van Engelenburg zowel oprichter van het Pleinmuseum als ook van Dropstuff, een mobiel platform waarop digitale beelden worden verzorgd en dat door iedereen in te vullen is en dat een vangnet voor de jongerencultuur wil zijn. Sinds kort werkt van Engelenburg samen met spoorbeheerder ProRail en publieke omroep NPS. Het initiatief SpoorTV op de perrons van Leiden CS moet een ‘wachtverzachter’ zijn voor reizigers. De (proef)uitzendingen van 15 minuten bieden het laatste binnen- en buitenlandse nieuws, reisinformatie over bijvoorbeeld vertragingen en werkzaamheden, het weer, lokale geschiedenis en een actuele uitagenda voor kunst en cultuur en (sport)evenementen.En daar kan dus kennelijk ook een toefje kunst bij en er wordt flink gezocht om naast de zakelijke ook artistieke content aan de reiziger aan te bieden. Het idee is niet helemaal nieuw want in 1942 had men in Utrecht al het lumineuze idee om de wachttijd voor reizigers te verkorten door een wagon om te bouwen tot bioscoop en de reizigers tegen betaling te laten genieten van een film. De vraag is echter in hoeverre in deze tijd waarin een groot deel van de forenzen hun eigen bioscoop op pocketformaat bij zich hebben visuele prikkels op (mega)beeldschermen her en der eigenlijk tamelijk ouderwets zal blijken te zijn. (of het moet zijn dat het gezamenlijk kijken naar buienradar, interland of een ondeugende clip van reclamemaker of kunstenaar de sociale cohesie bevordert)<br>
Achtergronden <br>
Het symposium ‘Van Ledscherm naar Mediafacade’ was ook het sluitstuk van een tentoonstelling bij BKKC van een aantal Nederlandse kunstenaars die al jaren actief werken met ledtechnologie met eigen opvattingen variërend van autonoom tot meer toegepast en hoe die in te zetten in de openbare ruimte. Naast Martin&Inge Riebeek gaven Giny Vos, Geert Mul, René van Engelenburg en Gerald van der Kaap acte de présence en enkele van deze kunstenaars gaven in het tweede deel van het symposium in parallelsessies tekst en uitleg over hun werk. En omdat vandaag de dag geen bijeenkomst meer kan worden georganiseerd zónder een z.g. ‘keynote’ lezing eindigde ook dit symposium hiermee. Jan Edler van Realities-United Berlin viel de eer te beurt en hij liet spectaculaire architectuur zien waarin nieuwe media en informatietechnologie geïntegreerd zijn. De broers Jan & Tim Edler richten zich sinds 2000 op de communicatieve mogelijkheden van architectuur zowel binnen als buiten. Ledtechnologie wordt door hen op een letterlijk illuminerende manier en zeer ingenieus aangewend.<br>
Wie is de baas op straat?<br>
Al met al was het symposium een erg inspirerende bijeenkomst die ook in de wandelgangen de nodige stof tot discussie wist op te werpen. Want wat betekent het als de stad transformeert tot één groot zinderend beeldscherm waar iedereen gretig zijn visuele spoor op achterlaat? Leidt een dergelijk toekomstperspectief tot digitale graffiti ? Of is het juist het toppunt van menselijke creativiteit dat iedereen met het eigen digitale gadget permanent in de aanslag alles kan laten zien, kan zeggen, kan presenteren? Het telefonisch gekwebbel in de publieke ruimte, in trein of bus dat sans gêne plaatsvindt straks megagroot op muren van scholen,bankgebouwen,moskee,kerk of museum om ons heen? En wordt dat dan een beeldenstrijd wie het grootste of meest opzienbarende gebouw mag overbelichten met persoonlijke tags? Mag mijn huis opgeluisterd met ongevraagde laserbeams die ik niet of nauwelijks apprecieer? Weg met de afspraken in het openbaar gebied? De straat is van ons allemaal en jij gaat mij niet vertellen wat ik wel of niet mag beamen, laseren, toch? Respect man: ik maak zelf uit wie ik ben, wat ik doe en wat ik in het publieke domein aan taal of beeld wil achterlaten. Geen censuur. Tenslotte krijgt de aan het eind van de 20e eeuw van overheidswege gekapittelde schreeuwerige commerciële horizonvervuiling door Blokkertjes, Schoenenreuzen,Carpetlanden of MacDonalds ook de vrije hand en mogen ook zij naar hartelust de zinnen en ogen prikkelen zoveel het hen lief is en het de economische zakken spekt. Weg met artistiek verantwoorde kunstcommissies, welstandscomissies en andere anachronismes uit de 20e eeuw.De straat is ons gezamenlijke publiek domein en we zijn er allemaal de baas, de eigen baas.<br>
Eeuwig zingende bossen<br>
Een week na het Tilburgse symposium zat ik op een berg in Spanje en keek uit over een brede vallei. Niets dan stilte, geen andere beelden dan ‘eeuwig zingende bossen’, geen prikkels dan die van een enkele bijtgrage muskiet, geen trillingen dan de vibraties van een takje gewiegd door de wind, een zoemende horzel. Tijdloze stille beelden die nodig naar binnen moeten, naar de ‘white cube’ die nog steeds museum heet. Want overleven in de hyperactieve schetterende terreur van de toekomstige straatcultuur ?<br>
TVDW
Voor wie meer wil weten:
Catrien Schreuder i.s.m. Jorinde Seijdel en Noud Heerkens : Pixels en plaatsen, videokunst in de openbare ruimte ISBN 978-90-5662-737-9, € 24,50
ALLAN KAPROW

NAM JUNE PAIK

WILDBEAMEN

HESTER SCHEURWATER

DROPSTUFF

SPOORTV

FIRE TO FIRE

DILLERSCOFIDIO

CHRIS DOYLE STUDIO

REALITIES UNITED

URBARAMA

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *